


DE TREIN
door
Vincent
Uiterweerd
Werkstuk
groep 7 basisschool – leeftijd ca. 10 jaar
Vooraf:
hoofdstuk 6 kun je aanpassen en vertellen of schrijven over het spoor in/langs
jouw woonplaats
1.
Inleiding
Mijn
werkstuk gaat over de trein. Ik heb dit als onderwerp gekozen omdat ik het
prachtig vind om te zien hoe die grote rijtuigen over de rails rijden. Ook vind
ik het interessant te weten en te vertellen wat er belangrijk is bij het
treinverkeer.
Er
is heel veel te vertellen over de trein. In dit werkstuk komen de volgende
onderwerpen aan de orde:
Ø
De
geschiedenis van de verschillende treinsoorten ;
Ø
De
beveiliging van de spoorwegen ;
Ø
Het
personeel op de trein en op het station ;
Ø
Reizen
per trein ;
Ø
Sporen
door mijn woonplaats (Apeldoorn) ;
Ø
Cijfers
;
Ø
Informatie
;
Ø
Bronnen.
2.
Geschiedenis (van stoom tot stroom)
2a.
De stoomtrein
In
1765 werd in Engeland de stoommachine uitgevonden om te gebruiken in fabrieken.
In 1804 zette een Engelse uitvinder voor het eerst wielen onder de stoommachine.
Dat was eigenlijk de eerste trein. In 1830 werd de eerste spoorlijn van de
wereld geopend. Dat was ook in Engeland. Daarover reed de Rocket met een
snelheid van 50 km. per uur.
Hoe
werkt een stoomtrein?
In
de stoomketel zit water. Met hout, steenkool of stookolie wordt een vuur
gestookt. Dat was de taak van de stoker. Dat was zwaar werk, want die moest
tijdens de reis steeds het vuur aanhouden. Het vuur brengt het water aan de kook
en daardoor ontstaat stoom. Als er steeds meer stoom bijkomt ontstaat er druk.
Denk maar eens aan een fluitketel als het water kookt. De stoom van de
stoomtrein gaat door pijpen naar een zuiger. Aan die zuiger zit een stang vast
en die laat de wielen ronddraaien.
Verder
met de geschiedenis van de (stoom)trein ….
Op
20 september 1839 reed in Nederland de eerste stoomtrein (‘De Arend’) van
Amsterdam naar Haarlem, met een snelheid van 38 km. per uur. De trein was vooral
belangrijk voor het vervoer van goederen. Er waren toen nog geen auto’s, dus
ook geen vrachtauto’s. Toen er later, na 1920, vrachtauto’s kwamen, kregen
de spoorwegen het erg moeilijk. Toch ging men door met het maken van zwaardere
en snellere stoomlocomotieven. De hoogste snelheid van een stoomtrein werd
bereikt in 1938: 202 km. per uur. In 1932 werd besloten geen stoomlocomotieven
meer te laten bouwen.
In
1958 verdween de laatste stoomlocomotief. De stoomtreinen die nu nog rijden zijn
er alleen voor toeristen. Dat geldt ook voor de stoomtrein die vanaf het station
in Apeldoorn langs Lieren, Beekbergen, Loenen en Eerbeek naar Dieren rijdt.
2b.
De dieseltrein
In
1934 reed de eerste dieseltrein in Nederland, van Amsterdam naar Arnhem. Een
dieseltrein gebruikt dieselolie als brandstof. Een dieselmotor maakt stroom,
waardoor de elektromotoren kunnen werken. Daarom zijn er geen bovenleidingen
nodig. Er rijden nu nog steeds dieseltreinen. Ook van Apeldoorn naar
Zutphen. Dieseltreinen worden meestal gebruikt als stoptrein. Dat is een
trein die een route rijdt van een plaats naar een andere plaats en op alle
stations stopt, die hij onderweg tegenkomt.
2c.
De elektrische trein
De
eerste elektrische trein reed in Nederland in 1908 tussen Rotterdam en
Scheveningen. Men ontdekte dat elektrische treinen goedkoper en schoner zijn dan
stoomtreinen. Ze rijden op stroom, via de bovenleidingen. Ze kunnen 180 km. per
uur rijden, maar mogen in Nederland niet sneller dan 140 km. per uur.
Elektrische treinen worden vaak gebruikt als intercity-trein. Dat is een trein die niet op alle stations stopt,
maar alleen op de grotere stations. ‘Intercity’ bestaat uit ‘Inter’
(betekent ‘tussen’) en ‘city’ (stad).
Ook
de elektrische trein krijgt steeds vernieuwingen en verbeteringen. Zo rijden er
nu de dubbeldekker en hogesnelheidstrein.
2d.
De hogesnelheidstrein
Hogesnelheidstreinen
bestaan buiten Europa al ongeveer 40 jaar. In Japan reden de eerste supersnelle
elektrische treinen. We spreken pas van een hogesnelheidstrein als de trein meer
dan 200 km. per uur rijdt.
De hogesnelheidstrein in Frankrijk heet de TGV. Dat betekent: Train à Grande
Vitesse (= trein met hoge snelheid). Die rijdt met een snelheid van meer dan 300
km. per uur. De reizigers zitten in vliegtuigstoelen.
In
Duitsland rijdt sinds 1991 ook de hogesnelheidstrein, de ICE. Dat betekent
InterCity Express. Deze trein rijdt met een snelheid van 250 km. per uur.
Ook in Nederland rijdt een hogesnelheidstrein: de Thalys. Die rijdt van
Amsterdam naar Parijs. Die rijdt nog over gewoon spoor, en daarom ‘maar’ 160
km. Als de nieuwe hogesnelheidslijn klaar is, in 2005, gaat die ook in Nederland
300 km. rijden.
Alle hogesnelheidstreinen rijden over veel rechte rails met af en toe alleen
flauwe bochten. Anders zouden ze uit de bocht vliegen.
3.
Beveiliging
3a.
Seinen
De
machinisten van de eerste treinen moesten letten op baanwachters.
Dat waren mensen die om de 800 m. langs het spoor stonden met vlaggen. De witte
vlag omhoog betekende: veilig, dus doorrijden. De rode vlag betekende: direct
stoppen.
Later kwamen er seinpalen, die ook wel
armseinen werden genoemd. Ook die waren wit en rood. De seinhuiswachters zetten
in hun seinhuis met handels (ijzeren stangen met handgrepen) via stalen kabels
de seinen goed. Dat ging ook zo met de wissels. Na 1945 kwamen er elektrische
seinen, met witte en rode lampen. Die worden bediend door ce
ntrale
verkeersleidingsposten, nu vaak door computers.
3b.
Spoorwegovergangen
De
spoorwegovergangen werden eerst beveiligd met een hek over de hele weg. De
overwegwachters bedienden die. Nog voor 1940 kwam de eerste AKI.
Dat betekent: Automatische Knipperlicht Installatie. Ook deze heeft 1 witte lamp
en 2 rode lampen. Nog later kwam de AHOB,
die ook nu nog bij de spoorwegovergangen staan. AHOB betekent: Automatische
Halve Overweg Bomen. De AHOB heeft 2 rode lampen. En een bel.
4.
Personeel
In
de trein werken de machinist en de conducteur.
De
machinist zorgt ervoor dat de trein
rijdt. Hij moet proberen dat op tijd te doen, zoals de dienstregeling dat
aangeeft. Verder moet hij alle seinen en lampjes in de cabine
goed in de gaten houden. Daarmee moet hij rekening houden. Hij bepaalt de
snelheid van de trein. Een trein heeft géén stuur, dus hij hoeft niet te
sturen. Wissels zorgen ervoor dat de trein op de juiste rails rijden. Die
wissels worden vanuit centrale verkeersleidingsposten met computers geregeld.
De
machinist mag geen enkel foutje maken. Dat kan hele vervelende gevolgen hebben
voor al die reizigers in de trein. Denk maar eens aan de treinongelukken die we
weleens op het journaal of in de krant hebben gezien. In de cabine is een
speciale knop, de ‘dodemansknop’. Die moet de machinist steeds indrukken. Als hij
deze loslaat (dat kan gebeuren als hij bijvoorbeeld flauw valt) stopt de trein
automatisch. Dit is bedacht om ongelukken te voorkomen.
De
trein mag niet eerder van een station vertrekken voordat de conducteur
daarvoor een teken heeft gegeven. Hij blaast dan meestal op zijn fluitje. En met
zijn armen geeft hij ook een teken. Als de trein eenmaal rijdt controleert de
conducteur of iedereen een geldig kaartje heeft. Ook geeft hij informatie aan
reizigers in de trein die vragen hebben over de route die zij moeten afleggen.
Als je machinist of conducteur wilt worden moet je veel testen doen om te kijken
of je
daarvoor wel geschikt bent. Als dat zo is krijg je een speciale opleiding.
Er
werken ook mensen bij de Nederlandse Spoorwegen die niet in de trein zijn, maar
op het station.
De
mensen die treinen aan elkaar koppelen (of weer van elkaar losmaken) heten rangeerders.
Ze hebben vesten of jassen aan met felle kleuren en een helm op het hoofd.
De
perronopzichter moet ervoor zorgen
dat het treinverkeer bij een station goed verloopt. Hij staat steeds in
verbinding met conducteurs en machinisten. Je herkent de perronopzichter aan de
rode pet. Verder werken er mensen op spoorwegverkeerscentra en in
stationgebouwen.
5.
Reizen per trein
5a.
Reisinformatie
Als
je wilt weten
Ø
welke route je moet reizen ;
Ø
hoe laat de trein vertrekt en aankomt ;
Ø
hoeveel je treinkaartje kost
kun
je dat:
Ø
lezen op de informatieborden op stations ;
Ø
lezen in het NS-spoorboekje ;
Ø
lezen op de computer, met de NS Reisplanner ;
Ø
lezen op internet (op de website van het openbaar vervoer = www.ov9292.nl)
;
Ø
opvragen via het telefoonnummer voor inlichtingen over het openbaar
vervoer: 0900-9292 ;
Ø
vragen aan de baliemedewerker aan het loket op het station ;
Ø
vragen aan de conducteur.
5b.
Stoptreinen en intercity-treinen
Dit
zijn geen andere treinen dan dieseltreinen en elektrische treinen.
Een
stoptrein is een trein die een route rijdt van een plaats naar een
andere plaats en op alle stations stopt, die hij onderweg tegenkomt. Vaak wordt
hiervoor een dieseltrein gebruikt. Een intercity-trein is een
trein niet op alle stations stopt, maar alleen op de grotere stations. Het woord
‘Intercity’ bestaat uit: ‘Inter’ (betekent ‘tussen’) en ‘city’
(stad). Vooral elektrische treinen worden als intercity-trein gebruikt.
5c.
Kaartverkoop - 2e en 1e klas
Een
treinkaartje moet je kopen op het station. Dat kan aan het loket, maar ook bij
een automaat. Je kunt een kaartje kopen voor een enkele reis. Als
je dezelfde dag terug gaat, is het goedkoper een dagretourtje te
kopen.
De
prijs van een kaartje hangt af van:
Ø
de reisafstand ;
Ø
de klasse: 2e klas is goedkoper dan 1e klas. 2e klas kun je
‘standaard’ noemen. 1e klas treinstellen zijn van binnen
mooier,
luxer. Op de treinstellen staat een groot cijfer 1 of 2;
daar
kun je aan zien of het eerste of tweede klas is.
Vroeger
was er ook nog een 3e klas, heel eenvoudig dus
ingericht.
Een
speciaal treinkaartje voor kinderen is de railrunner. Als je niet
ouder bent dan 11 jaar mag je een railrunner kopen. Die kost maar ε
1,--. Dat mag alleen als je meereist met iemand die een gewoon treinkaartje
heeft. Kinderen tot 4 jaar mogen gratis meereizen.
Als je vaak moet reizen is het goedkoper een abonnement te nemen. Er zijn verschillende soorten abonnementen. Een jaarkaart, een jaartrajectkaart, een maandkaart, een maandtrajectkaart en nog veel meer. Er zijn abonnementen voor het reizen per trein, maar ook voor alle vormen van openbaar vervoer, dus ook voor de trein èn bus.
6.
Sporen door Apeldoorn
Voor
het eerst kreeg Apeldoorn een spoorlijn in 1876. Die was een onderdeel van de
Oosterspoorlijn, die begon in Amsterdan en langs Amersfoort en Apeldoorn naar
Zutphen ging. Dat was heel belangrijk voor de fabrieken in Apeldoorn. Zutphen
ligt aan de rivier de IJssel en daar was toen veel vrachtscheepvaart. De
hoogte bij Assel was voor de stoker en de machinist niet prettig. Stokers
moesten er steeds letten dat vonken niet oversprongen naar de bossen van de
Veluwe en de machinist kon met de trein ergens op een heuvel blijven steken. Als
dat gebeurde moest de trein terug en opnieuw proberen met een nieuwe aanloop de
heuvel over te komen.
In
Paleis ‘t Loo woonde Koning Willem III, de overgrootvader van Koningin
Beatrix. In 1887 werd er een spoorlijn aangelegd vanaf het Apeldoorns station
naar het paleis. Die spoorlijn werd doorgetrokken naar Zwolle. Sinds 1950 werd
deze route weer gesloten voor reizigers. In december 2002 stond in de krant dat
een Apeldoornse wethouder gaat proberen opnieuw een spoorlijn naar Zwolle aan te
leggen! In
1888 kreeg Apeldoorn een spoorverbinding met Deventer en Almelo. Nu is het
mogelijk om Nederland van oost naar west (en omgekeerd) helemaal per trein door
te reizen. Van Enschede naar Schiphol en omgekeerd. En Enschede heeft weer
verbinding met Duitsland, dus we zien op deze route ook weleens Duitse treinen.
Die stoppen niet in Apeldoorn.
Ook was er een spoorverbinding naar Dieren. Die was vooral bedoeld voor vrachttreinen. Er staan veel fabrieken langs deze spoorlijn. De vracht kon worden overgeladen naar vrachtschepen op de IJssel. Er waren veel fabrieken langs de spoorlijn. Het spoor ligt er nog. Daarover rijdt de stoomtrein voor toeristen.
7.
Cijfers
In
Nederland ligt 3200 km. spoorbaan en er zijn 376 stations. Er zijn ongeveer 3340
machinisten in Nederland en 2220 conducteurs.
Iedere
dag:
Ø
reizen
bijna een miljoen mensen met de trein door Nederland ;
Ø rijden er ongeveer 5000 treinen door Nederland.
8.
Meer informatie
Als
je meer wilt weten over treinen kun je informatie opvragen bij de Nederlandse
Spoorwegen. Dat heb ik ook gedaan. Het is ook heel leuk om naar het
Spoorwegmuseum in Utrecht te gaan. Je ziet daar ook veel echte stoomtreinen van
vroeger, ook ‘De Arend’. Je leert er ook nog eens veel van. Je moet wel een
poos geduld hebben, want tot 2005 is het Spoorwegmuseum gesloten, omdat het
wordt verbouwd.
Website
van de Nederlandse Spoorwegen: www.ns.nl
Website van het Spoorwegmuseum: www.spoorwegmuseum.nl
9. Bronnen
Uit
de volgende boeken heb ik informatie gehaald:
Ø
‘Treinen’ (serie ‘Ooggetuigen’), geschreven door John Coiley (Engeland),
vertaald door Willem Oorthuizen. Uitgegeven in 1993 door Van Holkema &
Warendorf, Houten.
Ø
‘De Nederlandse Spoorwegen’ (Lantaarn-reeks, deel 150), geschreven
door de Stichting Onderwijs en Samenwerking. Uitgegeven in 1989 door Uitgeverij
Kok, Kampen.
Ø
‘De snelste treinen’ (Junior Informatie, reeks N7, deel N147),
geschreven door Ineke van Kasteren. Uitgegeven in 1997 door Educatieve Partners
Nederland, Houten.
Ø
‘Hogesnelheidstreinen’ (Informatie, reeks N4, nr. N99), geschreven
door Freddie van Hees. Uitgegeven in 1994 door Uitgeverij De Ruiter, Houten.
Ø
Museumgids van het Spoorwegmuseum.
Ø
Informatieboekjes en folders van de Nederlandse Spoorwegen, aangevraagd
via Klantenservice en de Onderwijslijn.
Verder heb ik via internet de website van het Spoorwegmuseum bekeken (http://www.spoorwegmuseum.nl ). Ook heb ik een paar aantekeningen gemaakt tijdens het bezoek aan het Spoorwegmuseum op 26 oktober 2002.
Wil je meer informatie over de TREINEN?? Kijk dan bij GOOGLE.